18 en 19 september 2012
Antwerpen, Wilrijk - Campus Drie Eiken
Macht en kracht: zorgrelaties in verandering

werkwinkels

Dinsdag 18 september 2012, 11u30 - 13u00
W01  De kracht van de danser die dans wordt
Chris Deleu
, psycholoog, teamcoördinator afdeling Persoonlijkheidsproblematiek, PZ Sint-Camillus, Sint-Denijs-Westrem

Veel hulpverleners (en ouders) hebben de neiging om meer te geven dan ze hebben. Tijdens de meditatie van de vier windrichtingen oefenen we om zoveel te geven als we kunnen en niet méér te geven dan we hebben. Ze laat de dansers altijd weer ervaren dat ze gedanst worden door de kracht van het ritme.
De meditatie van de vier windrichtingen werkt versterkend en regenererend. Ze heeft een reinigende werking op de ademwegen.Ze vraagt zoveel inspanning dat men makkelijk begint te zweten en voor oudere deelnemers is het goed om bij al te grote inspanning tussendoor te vertragen.
Alle gedachten en gevoelens die tijdens de meditatie opduiken, kunnen via de adem met de beweging weggegeven worden.De meditatie kan rust brengen bij mensen die door gedachten en gevoelens in beslag genomen zijn en die niet gewoon zijn om stil te zitten.
Het is een levendige overgave aan de respectievelijke windrichting. Deze meditatie verheldert mensen en ruimtes. Tezelfdertijd is het een uitstekende oefening voor het leven van alledag. Ze belichaamt het “naar-binnen-luisteren en het naar-buiten-werken”.
Leerdoelen
In deze werkwinkel maken de deelnemers kennis met de kracht van de vierwindstrekenmeditatie. Ze worden uitgenodigd om in het komende jaar zelf aan de slag te gaan met deze mindfulnessoefening - alleen of met anderen - en daarover verslag uit te brengen op het volgende ggzcongres.
Methode
Er wordt gedanst. 
Max. aantal deelnemers: 25

woensdag 19 september 2012, 9u15 - 10u45
W02   Het gebruik van een systemische delictketen: een opstap in het responsabiliseringsproces bij daders?
Kris Decraemer
, licentiaat psychologie, opleider, therapeute, Interactie-Academie, Antwerpen

Juridisch gezien draagt de dader een individuele verantwoordelijkheid voor de feiten. Maar in de hulpverlening moeten we ook andere vragen stellen. Welk aandeel ligt er bij de opvoeding, bij trauma’s uit het verleden of bij de samenleving? Hebben anderen het dadergedrag mee uitgelokt? Zijn er foute vrienden in het spel? Zijn de dingen onvoorzien en ongewild uit de hand gelopen?
Kortom, wat zijn de verschillende invloeden en hoe kunnen we aan de hand van een systemische delictketen, waarin relevante anderen en contexten belicht worden, de vinger leggen op eigen aandeel en verantwoordelijkheid?
Leerdoelen

  • Op een vasthoudende en respectvolle wijze inzoomen op het delict en met de dader stil staan bij de gebeurtenis van 'toen'
  • Op een systematische wijze de verbinding met het slachtoffer en de effecten voor het slachtoffer op de voorgrond trekken
  • Een kader aanreiken om zowel aan te sluiten bij de dader zelf als bredere invloeden in het vizier te krijgen.

Methode

In deze werkwinkel reiken we een beknopt een systemische visie aan op dadergedrag en het proces van responsabel raken. We proberen een aantal creatieve methodieken uit waarmee we tijdens het opstellen van een delictketen zowel stilstaan bij de binnenkant van de dader als bij de verbinding met het slachtoffer, de context en vele invloeden daaromheen.
Max. aantal deelnemers: 25


Dinsdag 18 september 2012, 11u30 - 13u00
W03   Zelfcompassie en mindfulness
Hannelore Helmich
, klinisch psychologe, MBCT-trainer, Instituut voor Aandacht en Mindfulness, Heusden
David Dewulf, arts, directeur, Instituut voor Aandacht en Mindfulness, Heusden

Compassie of mededogen is het vermogen om ons betrokken te voelen bij emotionele pijn, zowel dat van onszelf als dat van anderen. De beoefening van zelfcompassie vraagt moed en ruimhartigheid. Ze zorgt voor een gezonde relatie met jezelf en voor een toename van empathie en openheid naar anderen toe.
Waarom binnen de gezondheidszorg?
Onderzoek toont aan dat zelfcompassie gecorreleerd is met psychologisch welzijn, levensvoldoening, sociale verbondenheid, emotionele intelligentie, betere coping bij psychosociale stress, minder roken en een gezonder eetpatroon.
De uitbouw van zorgzame aandacht naar jezelf kan een veilige bedding bieden voor zorgrelaties. Compassietraining kan heilzame vaardigheden aanbieden zowel intrapersoonlijk als bij de interpersoonlijke dynamiek binnen de relatie tussen hulpverlener en patiënt.
Leerdoelen

  • Het erkennen van emotionele pijn als deel van het leven
  • De evolutie van ons brein en van ons vermogen tot compassie
  • De drie types van emotieregulatie
  • Wegen naar zelfcompassie: ervaringsgerichte oefeningen om onze compassie te vergroten en warmte, geborgenheid, acceptatie en verbondenheid met zichzelf en anderen te ervaren.
Methode
Aanreiken van theoretische inzichten en praktische oefeningen.
Max. aantal deelnemers: 120

Dinsdag 18 september 2012, 11u30 - 13u00
W04   Motiverende gespreksvoering
Rob d'Hondt
, HBO, trainer / voorzitter, RdH Training / MINTned, Hulst

De rol en positie van de cliënt/patiënt is onderhevig aan verandering. Momenteel zien we een steeds mondigere en geïnformeerde patiënt binnen de ggz. De tijd van dwang en drang is voorbij, blijkt uit vele (inter-)nationale onderzoeken. Overtuigen blijkt geen effectieve manier om tot een gewenste en duurzame gedragsverandering te komen. De Motivational Interviewing-methode (MI) blijkt aan te sluiten bij deze veranderingen.
MI, in Nederland geïntroduceerd als Motiverende Gespreksvoering (MGV), is een veelbelovende, evidence-basedmethode om mensen te stimuleren tot gedragsverandering. Het helpt hen de ambivalentie ten opzichte van verandering te verhelderen en te overwinnen. Het wordt bijvoorbeeld veel ingezet bij problemen zoals het stoppen met roken, het ontwikkelen van betere eet- en leefgewoonten en het stimuleren tot bewegen. Kenmerkend van MGV is dat de methode directief en persoonsgericht is. Door de houding van de professional is de ander actief betrokken bij de behandeling wat leidt tot betere resultaten.
Leerdoelen
De deelnemers leren de theoretische en conceptuele achtergrond van Motivational Interviewing (MI), de basistechnieken, de stijl en de specifieke gespreksstrategieën van MI. De deelnemers herkennen processen van ambivalentie, weerstand en het proces van gedragsverandering. Specifieke theoretische voorkennis is niet vereist. Het is echter wel gewenst dat deelnemers ervaring hebben in het werken met cliënten/patiënten, teneinde gedragsverandering te helpen faciliteren.
Methode
De workshop zal bestaan uit een mix van korte theoretische inleidingen, demonstraties, videoanalyses, rollenspel, discussie, praktijksimulaties en oefeningen.
De training wordt gegeven in het Nederlands. Een klein aantal materialen is echter in het Engels (videofragment); een passieve beheersing van deze taal is derhalve wenselijk.
Max. aantal deelnemers: 100

Dinsdag 18 september 2012, 11u30 - 13u00
W05   Dubbeldiagnose: dubbel zoveel behandelaars?
Ellen Excelmans
psycholoog, De Braam, Heist op den Berg

Middelenmisbruik blijft een moeilijk te behandelen probleem. Zeker als het gepaard gaat met andere psychologische problemen zoals angst en depressie. Behandelaars weten vaak niet wat aan te vangen met deze dubbeldiagnose patiënten. Zo vinden behandelaars in de verslavingszorg dat eerst de angst en de depressie moet aangepakt worden, terwijl behandelaars van angst- en stemmingsstoornissen het middelengebruik eerst geëlimineerd willen zien.
Acceptance and Commitment Therapy of ACT, een derde generatie gedragstherapie, kan hier uitkomst bieden. Vanuit een ACT-perspectief zijn er namelijk geen afzonderlijke aandoeningen: het zijn enkel verschillende verschijningsvormen van dezelfde functionele problemen.
In deze werkwinkel onderzoeken we met behulp van het ACT-model wat bekend is over de behandeling van angst en depressie en leggen hierbij de link met de behandeling van middelenmisbruik. Via verhalen, metaforen en ervaringsgerichte oefeningen worden deelnemers ingeleid in het ACT-model en krijgen ze ook contact met de moeilijkheden waarop dubbeldiagnose patiënten botsen. ACT gaat er immers van uit dat behandelaars onderhevig zijn aan dezelfde psychologische processen als hun patiënten. Misschien krijgen ze hierdoor wel meer empathie voor de strubbelingen van dubbeldiagnose patiënten…
Leerdoelen
  • Inzicht in de zes processen van het ACT-model waarbij middelengebruik beschouwd wordt als een vorm van experiëntiële vermijding van angst en depressie
  • Via educatie, metaforen en ervaringsgerichte oefeningen
  • Compassie voor de strubbelingen van dubbeldiagnose-patiënten wat de relatie met deze patiënten kan verbeteren.
  • Via ervaringsgerichte oefeningen op eigen materiaal.
Max. aantal deelnemers: 30


Dinsdag 18 september 2012, 14u00 - 15u30
W06   De lichaamsbeleving als aandachtspunt in therapie
Michel Probst
hoofddocent, diensthoofd psychomotorische therapie, UPC KULeuven campus Kortenberg

De aandacht voor de lichaamsbeleving binnen de verschillende therapeutische interventies in de geestelijke gezondheidszorg neemt toe. Veel psychiatrische stoornissen worden immers geassocieerd met een negatieve lichaamsbeleving en een verlaagd zelfwaardegevoel. De term lichaamsbeleving verwijst naar de perceptie (uitwendige - vooral tactiele en visuele - en inwendige waarneming van het lichaam), de subjectieve ervaring (affectieve en emotionele componenten),en de persoonlijke opvattingen en interpretaties (cognitieve constructen) van het eigen lichaam.
De psychomotorisch therapie probeert de lichaamsbeleving te beïnvloeden via een directe ervaringsgerichte methode. Via bewegingsactiviteiten en lichamelijkheidsoefeningen wordt gepoogd psychomotorische, affectieve, cognitieve en gedragsdimensies van het persoonlijk welzijn te bevorderen, te stimuleren, te integreren en te beïnvloeden. Het wetenschappelijk onderzoek reikte ons hiervoor de laatste jaren nieuwe handvatten aan.
In deze werkwinkel worden een aantal concrete oefeningen uit de psychomotorische therapie (spiegeloefeningen, ademhalingsoefeningen, relaxatie, body awareness-oefeningen) voorgesteld ter illustratie van hoe personen meer vertrouwd kunnen worden met hun lichamelijke gewaarwordingen en hoe ze deze gewaarwordingen beter kunnen controleren.
Leerdoelen

  • Vertrouwd maken met het het concept lichaamsbeleving
  • Op basis van wetenschappelijk onderzoek praktische handvatten meegeven voor de klinische praktijk.
Methode
  • Theorie
  • Een korte theoretische toelichting over het concept vandaag (state of the art), een paar illustraties uit de praktijk
  • Praktische oefeningen
  • Wetenschappelijke evidentie
  • Discussie.

Max. aantal deelnemers: volgens zaal

Dinsdag 18 september 2012, 14u00 - 15u30
W07   Omgaan met diversiteit in perspectieven en in verhoudingen bij het bespreken van einde-leven-themata
An Lievrouw
, psycholoog, UZ Gent
Naomi Van de Moortelepsycholoog, UZ Gent

Het gebeurt jammer genoeg niet zelden dat mensen en hun omgeving helemaal niet of te laat nadenken over hun levenseinde, waardoor niet altijd de correcte of meest wenselijke beslissingen genomen worden op kritieke momenten. Vroegtijdige zorgplanning helpt mensen zich voor te bereiden en na te denken over hun levenseinde. Zo kan de patiënt zijn wensen formuleren en zo een stuk controle houden over de situatie tot het einde toe.
Voortbouwend op de patiëntenrechtenwet is het belangrijk, naast het bieden van kwaliteitsvolle zorg en dienstverlening, de patiënt voldoende en correct te informeren en hem of haar (en eventueel de naasten) voldoende en tijdig te betrekken in beslissingsprocessen.
Zorgvuldige communicatie is tijdens deze processen een belangrijke pijler, maar helaas verlopen deze gesprekken niets steeds even vlot als verhoopt. Soms zijn er erg tegenstrijdige opvattingen tussen de patiënt en zijn naasten, soms zijn er juridische restricties, soms haalt het ‘medisch tempo’ het tempo van de patiënt in. Tijdens het gesprek spelen bovendien veel nonverbale signalen of impliciete verhoudingen, machtsverhoudingen en dynamieken (zowel tussen zorgverlener en patiënt, als tussen interdisciplinaire teamleden) een cruciale rol.
Tijdens deze werkwinkel schetsen we kort de basis van het wettelijk kader van de patiëntenrechtenwet en wetgeving rond themata einde leven. Het is niet de bedoeling daarbij te focussen op de soms complexe juridisch context, maar wel om voor alle deelnemers de krijtlijnen te schetsen die vervolgens toelaten ons meer specifiek te richten op communicatievaardigheden en verhoudingen bij dit type van gespreksvoering.
Leerdoelen

Deelnemers worden uitgenodigd mee in kaart te brengen wat faciliterende en wat remmende factoren zijn en krijgen tips en handvatten mee om deze toch wel vaak moeilijke en ethisch beladen gesprekken en/of overlegmomenten zo constructief mogelijk te laten verlopen.
Methode

Aan de hand van casussen en videofragementen (zowel van individuele gesprekken als van teamoverleg) analyseren we de verschillende perspectieven en interacties analyseren tussen zowel patiënten, naasten en zorgverstrekkers, maar ook tussen zorgverstrekkers (en daarmee gepaard gaande machtsverhoudingen eventueel) onderling.
Max. aantal deelnemers: 15

Dinsdag 18 september 2012, 14u00 - 15u30
W08   Verbinden: een krachtige interventie in de gezinstherapeutische praktijk
Peter Rober
hoogleraar psychologie, Context Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen, UPC KULeuven

In deze werkwinkel staan we stil bij iets wat eigen is aan de gezinstherapie: de mogelijkheid om in het hier-en-nu van de sessie te werken aan de verbinding tussen de gezinsleden. In dit verbindend werken komt de krachtige potentialiteit van de gezinstherapie bij uitstek tot uiting.
We zullen nadenken over het belang van verbinding in gezinnen, en over de verleiding die een individueel perspectief kan bieden. We gaan ook in op de gevaren voor het gezinstherapeutisch proces van het gefixeerd geraken in één individueel perspectief en op de mogelijke manieren om aan deze gevaren te ontsnappen.
Deze ideeën over verbindend werken worden toegelicht aan de hand van casussen en videomateriaal.
Leerdoelen

De deelnemers de kracht van het verbindend werken tonen, en hen een aantal handvatten geven over de wijze waarop ze zich kunnen positioneren in de gezinstherapeutische sessie om het verbindend werken tot zijn recht te laten komen.
Methode

Er wordt gewerkt met casusmateriaal en video-illustraties.
Max. aantal deelnemers: 40, volgens zaal

Dinsdag 18 september 2012, 14u00 - 15u30
W09   Stakeholderoverleg in de geestelijke gezondheidszorg
Sabine Buntinx
, coördinator PVT, OPZC Rekem

De veranderende (zorg)relaties worden geschetst aan de hand van het stakeholderoverleg zoals dat binnen het PVT van het OPZC Rekem georganiseerd wordt.
Binnen het stakeholderoverleg worden verschillende partijen betrokken waarvan we denken dat dit de belangrijkste stakeholders zijn (huisartsen, buren, familie, vrienden/ bezoekvrijwilligers, bewoners, ombudsdienst, …). De organisatie, vorm en knelpunten van dit overleg worden verder toegelicht en de link met wettelijke bepalingen in de PVT-wetgeving wordt geduid. Ook de (onmogelijke) vertaling naar de bredere ziekenhuiscontext wordt bekeken.
Verder wordt stilgestaan bij de bepaling van de stakeholders en de mogelijkheid om de bewoners gezamenlijk met de andere stakeholders te betrekken in een stakeholderoverleg. Ervaringsuitwisseling en vergelijking met andere vormen van overleg komen eveneens aan bod. Tot slot wordt ook de verhouding van het stakeholderoverleg versus het beheercomité PVT bekeken.
Een aantal stellingen die gebruikt kunnen worden om interactie en actieve participatie uit te lokken zijn:

  • Stakeholderoverleg omvat enkel alle betrokkenen die een bijdrage leveren aan de zorg
  • Stakeholderoverleg dient te gebeuren met de verschillende soorten stakeholders afzonderlijk
  • Familie en naaste betrokkenen versus de bewoner. Tegenstrijdige belangen zijn niet te verdedigen
  • Een stakeholderoverleg dient enkel over de organisatie van zorg te gaan (versus volkomen transparant t.e.m. gehele beleid en de cijfers)
  • Een stakeholderoverleg behoudt het best een informatief karakter. D.w.z. stakeholders worden geïnformeerd over het beleid dat gevolgd werd/gaat worden
  • Betrokkene (bewoner) is nooit ‘vrij’ om zijn mening te uiten in een overleg, enkel indien dit anoniem kan.
Leerdoelen
  • Weten wat een stakeholderoverleg is
  • Bepalen van stakeholders
  • Integreren van het stakeholderoverleg
  • Relatie stakeholderoverleg en beleid
  • Mogelijkheden en knelpunten identificeren van een stakeholderoverleg.
Methode
Kader wordt geschetst in een informatief gedeelte. Nadien wordt met stellingen en afhankelijk van de grootte van de groep met kleine groeps- of individuele opdrachten gewerkt.
Max. aantal deelnemers: 40

Dinsdag 18 september 2012, 14u00 - 15u30
W10   De kans op gewelddadige recidive bij (forensisch) psychiatrische patiënten: de Violence Risk Appraisal Guide (VRAG)
Claudia Pouls
, criminologe, wetenschappelijk medewerker, KeFor OPZC Rekem
Inge Jeandarme, psychiater, coördinator, KeFor OPZC Rekem

Binnen de (forensische) psychiatrie wordt het risico op herval veelal overschat, wat op zijn beurt leidt tot (onnodige) restrictieve maatregelen voor de patiënt. Door middel van risicotaxatie-instrumenten kan deze kans op recidive objectief bepaald worden. De Violence Risk Appraisal Guide is hier één van.
Dit instrument beoogt de kans op herval in een gewelddadig delict te voorspellen aan de hand van een aantal criteria. Gezien het instrument geen dynamische factoren bevat, geeft het eerder een ‘basisrisico’ weer. Dit resultaat kan van belang zijn voor de bepaling van de behandel- en supervisie-intensiteit. Op deze manier kunnen de middelen binnen een instelling optimaal besteed worden.
Leerdoelen
Kennismaken met de Nederlandse vertaling van de VRAG.
Methode
Het instrument wordt toegelicht en gescoord aan de hand van casusmateriaal.
Referentie
Jeandarme, I. & Pouls, C. (2011). Violence Risk Appraisal Guide, Nederlandstalige versie. Richtlijnen voor het beoordelen van het risico op gewelddadig gedrag. ongepubliceerd intern document, KeFor
Max. aantal deelnemers: 20

Dinsdag 18 september 2012, 16u00 - 17u30
W11   Dramatherapie: denken, voelen, handelen in scène gezet
Lieven Desomviele
, Msc, voorzitter, lesgever, BVCT-ABAT vzw, Arteveldehogeschool, Gent
Mathieu Van der Straeten, BVCT-ABAT vzw, Arteveldehogeschool, Gent 

Binnen Robert Landy's distantietheorie is er sprake van twee polariteiten van denken en voelen: enerzijds 'over-distancing' en 'under-distancing'. Deze kunnen op zoek gaan naar een evenwicht, gebruik makend van een esthetische illusie die de speler/kijker ervaart. Binnen zijn theorie is er ook sprake van deze polariteiten onder de vorm van een rol en een counterrole die op zoek gaan naar evenwicht d.m.v. de gids. De gids en de esthetische illusie zijn 'liminal concepts' die kunnen worden gesitueerd in de schemerzone van onze psyche.
De deelnemers hebben de mogelijkheid om het concept rol - counterrole - gids te ervaren binnen hun eigen persoonlijke of professionele context.
Leerdoelen
  • Krijgen van een initiële ervaring hoe dramatherapie werkt
  • Het ervaren van de concepten rol - counterrol - gids
  • Krijgen van een initieel inzicht hoe de concepten rol - counterrol - gids therapeutisch kunnen werken.
Methode
  • Ervaringsgericht, onder vorm van verkennende oefeningen
  • Reflectie.

Max. aantal deelnemers: 20

dinsdag 18 september 2012, 16u00 - 17u30
W12   Shared decision making, zorgnoden en zorgbehoefte van de cliënt en zijn omgeving als basis voor een behandelplan
Toon Derison
coördinator, Vlaamse Ondersteuningscel VDIP, Grimbergen
Tanja Gouverneur, hersteldeskundige, Vlaamse Ondersteuningscel VDIP, Mechelen

Vanuit de ambulante praktijk van een VDIP-team ontwikkelden we een werkinstrument waarmee we aan de hand van zorgnoden en zorgbehoeften van de cliënt komen tot prioriteiten in het behandelplan. We doen dit door de cliënt eigenhandig te laten beschrijven op welke gebieden hij/zij in zijn leven uitdagingen en tekorten ervaart. Nadien bepalen we samen met hem/haar welke hulp er kan geboden worden en door wie. We vertrekken hierbij vanuit een volwaardig partnerschap waarbij de deskundigheid van de cliënt en zijn omgeving wordt aangevuld met wetenschappelijke inzichten en de deskundigheid van de hulpverlener en het team.
Vandaag evalueren we dit instrument met een aantal hersteldeskundigen en passen we het aan volgens hun suggesties, zodat mensen er ook zelf mee aan de slag kunnen in hun herstelproces. Op termijn willen we dit instrument beschikbaar maken in een online toepassing, ‘Maxboek’ genaamd.
Op de werkwinkel stellen we een eerste herwerkte versie voor.
Leerdoelen

De vaardigheid verwerven om een behandelplan op te stellen dat vertrekt vanuit de verwachtingen van de cliënt en zijn omgeving.
Methode
We oefenen aan de hand van concreet casusmateriaal en staan uitgebreid stil bij de knelpunten en voordelen van deze manier van werken.
Max. aantal deelnemers: 30

dinsdag 18 september 2012, 16u00 - 17u30
W13   De omgeving van cliënten. Op zoek naar kracht en inspiratie
Mieke Faes
, psycholoog, psychotherapeut, staflid-opleider, Interactie-Academie vzw, Antwerpen

In ons werk met patiënten botsen we vaak op hun 'eenzaamheid' in het omgaan met problemen, hun kijk op het leven en hun therapie of opname. Het kan dan belangrijk, noodzakelijk of onvermijdelijk zijn om partners of familieleden van cliënten bij de hulpverlening te betrekken.
Maar hoe doen we dat op een manier die onze cliënten, maar ook hun partners, kinderen of ouders verder helpt? Onvermogen om met elkaar te spreken, kwetsuren, conflicten en schrijnende verschillen in ervaringen botsen hier op het verlangen naar meer onderlinge betrokkenheid en voor elkaar betekenisvol zijn. Hoe kunnen we als therapeut creatief blijven en er toe bijdragen dat verbondenheid tussen alle betrokkenen meer op de voorgrond komt?
In deze werkwinkel vertrekken we vanuit de krachtbronnen die aanwezig zijn in en rond de patiënt. We presenteren een aantal creatieve methodieken of gebruik van 'andere taalvormen' om met de cliënt en omgeving de aanwezige potenties, verbindingen en mogelijkheden zichtbaar en bespreekbaar te maken.
Leerdoelen

  • De creativiteit van de therapeut stimuleren om op andere manieren aan de slag te gaan met de cliënt en omgeving waardoor nieuwe mogelijkheden en krachtbronnen zichtbaar worden
  • Een aantal mogelijkheden bieden om versterkend te werken door het betrekken van de omgeving van de patiënt bij de begeleiding of therapie.
Methode
Een aantal mogelijkheden tot creatieve methodieken worden voorgesteld en uitgeprobeerd in oefeningen.
Max. aantal deelnemers: 30

dinsdag 18 september 2012, 16u00 - 17u30
W14   Zorgzaam omgaan met psychotrauma patiënten: een integratieve visie
Erik De Soir
, psycholoog-psychotherapeut, majoor, Departement Wetenschappelijk en Technologisch Onderzoek, Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie, Brussel / De Weg Wijzer, Leopoldsburg
Lies Scaut, psychotherapeut, De Weg Wijzer, Leopoldsburg

Sedert het einde van de vorige eeuw is er een explosie aan wetenschappelijk onderzoek en publicaties op het vlak van psychologische traum atisering. Deze studies brengen PTSS-prevalenties en risicofactoren nauwkeurig in kaart. Tevens doen ze een consensus groeien rond de mogelijkheden voor preventie, aanpak en nazorg bij psychische trauma’s. Het lijkt dan telkens of we stilaan voldoende weten over de wijze waarop getroffenen van psychotraumata moeten bijgestaan worden. Toch is het overduidelijk dat we op sommige vlakken nog maar aan het begin van de weg staan. Er is nog onnoemelijk veel werk op het vlak van de zuiverheid van concepten en terminologie.
De introductie van nieuwe theorieën over traumabehandeling - EMDR, sensorimotor trauma therapy, somatic experiencing, structurele dissociatie van de persoonlijkheid door traumatisering, ... - geven meestal aanleiding tot nieuwe behandelvormen maar staan niet los van de oude waarheden van vroegere wetenschappers. De Angelsaksische trauma-interpretatie is divers en zou rijker kunnen worden door zich te inspireren op de oudere Europese traumatheorie.
Gedurende de werkwinkel gaan de sprekers in voortdurende interactie met de deelnemers op zoek naar de integratie van toonaangevende empirisch onderzochte behandelingen en best practices.
Het programma biedt voldoende ruimte om stil te staan bij diverse noodsituaties, vanuit zowel een wetenschappelijk als een ervaringsgericht standpunt, die ons land de laatste jaren getroffen hebben: de instorting van een gebouw in Luik, de treinramp in Halle-Buizingen, het noodweer op Pukkelpop, de aanslag in Luik, …
Leerdoelen
  • Inzicht bieden in de belangrijkste verschillen tussen de Angelsaksische en Franse traumatheorieën en hun implicaties voor therapie 
  • Een overzicht geven van de ingrediënten van fasengerichte traumabehandeling op basis van inzichten uit recente vernieuwende theorie
  • Inzicht bieden in de risicofactoren en predictoren van chronificatie van traumagebonden problematiek
  • Op basis van casuïstiek komen tot een tienpuntenprogramma voor aanpak van acute en chronische psychotraumata.
Methode
  • Inleiding van de doelstellingen en inschatten van het collectief beginniveau 
  • Korte powerpoint presentatie met key issues in psychotrauma behandeling 
  • Ervaringsgerichte verkenning van best practices op basis van input vanwege de deelnemers aan de workshop 
  • Korte powerpoint presentatie met integratieve visie op traumabehandeling 
  • Discussieronde (eventueel afspraken naar toekomst).

Max. aantal deelnemers: 40

dinsdag 18 september 2012, 16u00 - 17u30
W15   Hulpverlener als nabestaande na zelfdoding
Karen De Waele
master psychologische wetenschappen, ondersteuningsfunctie voor de suïcidepreventiewerking van de centra voor geestelijke gezondheidszorg, Federatie Diensten Geestelijke Gezondheidszorg, Gent
Ilse Conserriere, psychologe, suïcidepreventiewerker CGG Eclips, Gent

De suïcide van een cliënt of patiënt kan een zware impact hebben op de betrokken hulpverlener. Uit onderzoek blijkt dat deze met dezelfde vragen en thema’s geconfronteerd wordt als de achtergebleven vrienden of familie. Gevoelens als verdriet, woede, schaamte, angst en falen treden vaak op. Daarnaast ervaren veel hulpverleners het verlies van een patiënt/cliënt als een professioneel falen.
Na een korte theoretische toelichting over de impact die dit verlies kan hebben op de hulpverlener, staan we tijdens deze werkwinkel stil bij de ervaring van de deelnemers. We bespreken wat hen geholpen en gehinderd heeft bij de verwerking.
Daarnaast belichten we ook wat belangrijk is bij de opvang van de hulpverlener. Tenslotte kan er bekeken worden hoe je als hulpverlener om kan gaan met vragen uit de omgeving van de betrokken patiënt/cliënt.
De deelnemers worden actief betrokken in de discussie en gevraagd om eigen ervaringen in te brengen.
Leerdoelen

  • De deelnemers vernemen de effecten zowel op persoonlijk als professioneel vlak van een suïcide door een patiënt/cliënt
  • De deelnemers leren wat belangrijk is bij de opvang van een hulpverlener die een cliënt/patiënt verloren heeft aan zelfdoding
  • De deelnemers leren omgaan met vragen uit de omgeving van de overleden patiënt/cliënt.
Methode
Groepsbespreking, discussie.
Max. aantal deelnemers: 25

woensdag 19 september 2012, 9u15 - 10u45
W16   Dans-en bewegingstherapie anno 2012, “dansend doorgronden”
Anne Chatar
, dans- en bewegingstherapeut, PZ Heilige Familie, Kortrijk, Belgische Vereniging voor
Creatieve Therapie - Vakgroep Dans- en bewegingstherapie, Antwerpen
Goedele Van Doorsselaerdans- en bewegingstherapeut, Belgische Vereniging voor
Creatieve Therapie - Vakgroep Dans- en bewegingstherapie, Antwerpen

Dans- en bewegingstherapie wordt ingezet in de behandeling van patiënten met psychosociale problemen en/of psychiatrische stoornissen. Met onze werkwinkel willen we hulpverleners kennis laten maken met wat dans- en bewegingstherapie anno 201te bieden heeft.
Dans kan veranderingen teweegbrengen in het menselijk denken door de persoon te beïnvloeden op lichamelijk niveau, waarbij gezondheid en groei worden bevorderd (Ravelin et al., 2006). Dans- en bewegingstherapie richt zich, door te experimenteren met dans en beweging, primair op het exploreren van nieuwe gevoelens en zijnswijzen en op het toegang krijgen tot gevoelens die moeilijk toegankelijk zijn (Stanton Jones, 1992). Dans is een expressie van een mentale toestand wat betekent dat het zowel cognities (bijvoorbeeld waarnemingen, gedachten, fantasieën) en intenties (bijvoorbeeld bedoelingen, verlangens) als emoties kan uitdrukken. Dans is beweging, maar beweging is geen dans: pas als er sprake is van bewust vormgeven van het lichaam in de ruimte en aan de beweging, kan gesproken worden van dans. In een therapeutische context heeft men het dan over de ‘beleefde beweging’.
Zoals de verbale psychotherapie de taal gebruikt als medium, zo gebruikt dans- en bewegingstherapie het lichaam en de beweging/dans als medium. Uitgangspunt is de eenheid van lichaam en psyche.
Info voor deelnemers:
- makkelijk zittende kledij
- op blote voeten of kousen bewegen
Leerdoelen
  • Kennismaken met en ervaren van “dans- en beweging” als therapeutisch medium (met Chace en Authentic Movement als basismethodieken en Laban als observatiemethode in dans- en bewegingstherapie)
  • Subdoelen
  • Contact met het lichaam in het hier en nu
  • Gewaarworden van het lichaam zonder oordeel
  • Bewustwording van het lichaam
  • Het lichaam als instrument in het uiten van emoties.
Methode
We bieden drie “ervaringsmomenten” (fysiek, sociaal en expressief aspect) aan met telkens een terugkoppeling vanuit het eigen ervaren naar de theorie en methodieken van dans- en bewegingstherapie. Van daaruit leggen we de link leggen naar het werken met mensen met een pathologie (welke danstherapeutische benadering wordt ingezet bij welke doelgroep, ...).
Referenties
Ravelin, T., Kylmä, J. & Korhonen, T. (2006). Dance in mental health nursing: a hybrid concept analysis. Issues in Mental Health Nursing, 27, 307- 317
Stanton-Jones K. (1992). An introduction to dance movement therapy in psychiatry. London, Routledge
Max. aantal deelnemers: 25

woensdag 19 september 2012, 9u15 - 10u45
W17   Roken en psychiatrie: een paar apart?
Ellen Excelmans
psycholoog, tabakoloog, VRGT, Brussel
Hilde Christiaens, psycholoog, tabakoloog, PC Sint-Kamillus, Bierbeek

De prevalentie van roken bij psychiatrische patiënten is twee- tot driemaal hoger dan in de algemene populatie. Dit betekent dat er bij deze patiënten meer tabaksgerelateerde aandoeningen voorkomen en dat er een hogere mortaliteit ten gevolge van roken geobserveerd wordt. Desalniettemin wordt nicotineafhankelijkheid stiefmoederlijk behandeld binnen psychiatrische instellingen en diensten. Rookbeleid in psychiatrische instellingen en diensten is vaak gebaseerd op mythen die vertellen dat patiënten niet willen en kunnen stoppen met roken; dat hun problematiek verergert na rookstop en dat de implementatie van een optimaal rookvrij beleid onmogelijk is binnen psychiatrische instellingen en diensten.
In deze werkwinkel willen de brug slaan tussen de psychiatrie en de tabakologie. Rookstopbegeleiding wordt traditioneel opgenomen binnen de somatische wereld, maar verdient ook een plaats binnen psychiatrische instellingen en diensten. Roken verbetert niet alleen de somatische gezondheid. Uit de literatuur weten we dat patiënten die roken, meer psychiatrische symptomen vertonen dan patiënten die niet roken. Ook bestaat er een belangrijke interactie tussen psychofarmaca en roken waarbij rokers vaak een hogere dosis nodig hebben dan niet-rokers.
Na een kort theoretisch kader wordt een draaiboek voorgesteld voor rookstopbegeleiding bij psychiatrische patiënten. Aan de hand van casussen wordt dit draaiboek ingeoefend. Er is ruimte voor inbreng van eigen casussen, vragen en bedenkingen.
Leerdoelen
  • Patiënten met een psychiatrische aandoening sensibiliseren voor het belang van rookstop: educatief spel
  • Patiënten met een psychiatrische aandoening begeleiden in het stoppen met roken: bespreking/discussie in kleine subgroepjes van casusmateriaal en inoefenen van vaardigheden in rollenspel (afhankelijk van de bereidheid van de deelnemers hiertoe).

Max. aantal deelnemers: 30


woensdag 19 september 2012, 11u15 - 12u45
W18   Dagelijkse kost voor positieve (onmachtige) therapeuten. Door experimenten ervaren wat werkt
Lieven Vanlangenaeker
master, (gestalt)psychotherapeut met zelfstandige praktijk Gewaarzijn, Genk

Deze werkwinkel wil hulpverleners in de ggz aanzetten (verleiden) tot het hanteren van methodieken, instrumenten en technieken die het proces en de relatie waarin de cliënt en de therapeut (vast) zit kunnen dienen. Bewust wordt er gekozen voor ‘positieve’ en ‘supportieve’ invalshoeken zoals: solution focused change, appreciative inquiry, werken met verlangens i.p.v. angst, …
Onder de vorm van experimenten worden de deelnemers betrokken om ‘aan den lijve’ te ondervinden wat dit met hun doet/beweegt.
Leerdoelen

  • Ervaren (door toepassen onder de vorm van experimenten) wat het toepassen van deze positieve invalshoeken kunnen betekenen en van daaruit een autonome keuze maken om hiermee vervolgens te experimenteren in hun relatie met patiënten/cliënten.
  • De therapeut die meer mogelijkheden heeft in zijn relatie met de patiënt ervaart meer vrijheid om een caleidoscoop te hanteren in de therapie. Hoe meer perspectieven er kunnen gehanteerd worden hoe groter de kans dat er passende aangrijpingspunten zijn voor de patiënt/cliënt en zijn systeem. Hoe meer variatie in perspectieven des te sterker is de empowerment van de patiënt/cliënt, des te flexibeler kan de perceptie van de patiënt/cliënt wijzigen.

Max. aantal deelnemers: 20


woensdag 19 september 2012, 9u15 - 10u45
W19   Dwang de baas! Implementatie van een verbeterproject in het psychiatrisch ziekenhuis
Bart Schepers
, klinisch psycholoog, UPC Sint-Kamillus, Bierbeek
Guy Lorent, klinisch psycholoog, UPC Sint-Kamillus Bierbeek

De focus op 'bewuster omgaan met dwang' vormt een belangrijke trend in het ggz-landschap. Vooral in de psychiatrische ziekenhuizen wordt de nood aangevoeld om nog betere kaders te ontwikkelen die toelaten op een uitermate verantwoorde manier met dwangmaatregelen om te springen. Helaas ligt de nadruk vaak eenzijdig op zogenaamde 'objectieve' vormen van dwang zoals afzondering en separatie. Meer aandacht zou moeten gaan naar subtiele, minder opvallende vormen van dwang. Afwezigheid van separatie betekent nog geen afwezigheid van dwang. Subtiele vormen van dwang zitten mogelijk vervat in de talloze dagelijkse en therapeutische interacties met de patiënt, juridische beschermingsmaatregelen, of zijn inherent aan bepaalde communicatiestijlen en afdelingsregels.
Maar hoe kan je zulke processen in kaart brengen met oog op verbetering en evolutie? Het verbeterproject 'Bewuster omgaan met dwang' in het UPC Sint-Kamillus in Bierbeek heeft deze thematiek ter harte genomen en hierbij werd al een hele weg afgelegd.
Leerdoelen

Na een korte inleiding van het thema, wordt de inhoud, de methodiek, de tools en het voorlopig resultaat van het verbeterproject bondig toegelicht en gedemonstreerd. Hierna volgt een uitgebreid interactief deel waarin de deelnemers uitgenodigd worden hun visie te geven op de aanpak, suggesties te doen vanuit hun eigen ervaring en de haalbaarheid van implementatie binnen de eigen organisatie te onderzoeken.
Methode

De deelnemers worden uitgenodigd om (afhankelijk van de grootte van de groep) in kleinere groepjes na te denken en te werken rond twee specifieke thema's:

  • Wat zijn mogelijke bronnen van subjectieve dwang en hoe kan men meten, bijvoorbeeld met oog op verbetering van het therapeutisch klimaat?
  • Op welke manier kan via vorming en andere interventies alternatieven aanreiken die tot verbetering leiden?

Max. aantal deelnemers: 25

W20   Een brede kijk op hulpverlening aan volwassenen met ADHD: belang van de context
Gil Borms
, klinisch psychologe, gezinstherapeute, inhoudelijk verantwoordelijke centrum ZitStil, Antwerpen en psychotherapeute ADHD-polikliniek, UPC KULeuven campus Kortenberg

De psychosociale hulp voor volwassenen met ADHD wordt vooral gedefiniëerd in cognitief-gedragstherapeutische termen. Daarin staan vaardigheden en het denken van de persoon zelf centraal. Deze aanpak heeft zijn degelijkheid bewezen.
Toch stellen we in de praktijk vast dat volwassenen deze hulp pas ten volle kunnen gebruiken als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden zijn vaak verbonden met elementen in de relatie met de context. Deze relatie kan ernstig verstoord zijn en dit hangt af van de ernst van de ADHD en bijkomende stoornissen, maar evenzeer van de houding die de omgeving aanneemt.
In deze werkwinkel kijken we naar hoe ADHD inwerkt op relaties in de brede betekenis van het woord. We plaatsen de typische moeilijkheden waar deze cliënten op botsen naast de spontane reacties van de omgeving. De ADHD-kenmerken zelf en de gevolgen van het opgroeien met ADHD drukken hun stempel op deze moeilijkheden. Commentaar geven, ‘desinteresse’ tonen, zaken niet ‘willen’ doen, ‘ongemotiveerd’ lijken, zichzelf ‘niet kunnen verdedigen’, zijn herkenbare interpretaties van de omgeving die nogal eens niet met de werkelijkheid kloppen. Dit heeft consequenties voor gans het netwerk aan relaties dat hen omringt en benadrukt de noodzaak van een bewuste aanpak.
In de werkwinkel bekijken we hoe de omgeving de reacties van volwassenen met ADHD correcter kan duiden en hoe we kunnen ingaan op hun echte vraag.
De discussie wordt gestoffeerd met resultaten van bevragingen die regelmatig gebeuren vanuit centrum ZitStil.
Leerdoelen

De deelnemers kunnen eigen ervaringen met en reacties van cliënten begrijpen vanuit ADHD en vandaaruit aangepast reageren.
Er zal ook een afweging gemaakt worden hoe en in hoeverre we mensen met ADHD kunnen tegemoet komen.

Tenslotte zien we welke hulp de omgeving kan voorzien.
Max. aantal deelnemers: 25 

 

woensdag 19 september 2012, 11u15 - 12u45
W21
   ‘Hier en nu’ werken met het lichaam ‘in’ het beeldend medium
Jan Vandromme
, master beeldende kunst, bachelor beeldende creatieve therapie, coördinator opleiding creatieve therapie / creatief therapeut,  PHL Hasselt / PC Asster Sint-Truiden

Binnen de zorgrelatie is het gebruik van het ‘woord’ in verandering. Andere media, zoals het beeld en het lichaam, zijn vaak dankbare en werkbare alternatieven die hun macht en kracht in de concrete toepassing in het medium bewijzen.
Daniel N. Stern beschrijft ‘vitality affects’ als globale dynamische kinetische gevoelskwaliteiten. Deze vitality affects zijn in de handelingen waar te nemen of in de details die de ‘beweging’ in een product achterlaat. De basale affectstroom (vitality affects) is een soort weten zonder woorden, een non-verbaal weten. Marijke Rutten-Saris heeft mede op basis van de concepten van Stern de emerging body language-methodiek voor beeldend therapeuten ontwikkeld.
De Florence Canemethode komt uit de kunsteducatie. Het doen van bewegingsoefeningen op papier en het maken en uitwerken van scribbles vormen de belangrijkste onderdelen. Ademhaling, beweging, verbeelding en vormgeving komen in één ritme en raken op elkaar afgestemd.
Een tekenbeweging is een beweging die een teken voortbrengt. De beweging komt eerst. Het teken (de tekening) komt eruit voort en is de materiële verschijningsvorm van de beweging. De tekenbewegingsmethode (TBM) bestaat uit negenentwintig tekenbewegingsoefeningen, elk daarvan met een specifiek doel en een eigen werkwijze. De tekenbewegingsoefeningen zijn gebaseerd op tien oervormen. Bewegingen veroorzaken gevoelens. Elke lijn is beweging en roept projecties op. Al bewegend kun je met het gevoel verbinding maken, het opnieuw beleven en er iets van verwerken.
Leerdoelen

Kennis maken met en ervaren van de werking en het effect van tekenbewegen.
Methode

Na een korte verkenning van vier actuele begrippen en methodes binnen de beeldende creatief therapie werken we twee tekenopdrachten uit. Voorkennis van tekenen is niet vereist.
Referenties
Floor, L. & Overman, D. (2011). In tekenbeweging zijn. Haarlem, Back2Base Publishing
Schweizer, C. (2009). Handboek beeldende therapie. Houten, Bohn Stafleu van Loghum
Max. aantal deelnemers: 20

woensdag 19 september 2012, 11u15 - 12u45
W22   Patiëntenfeedback: een garantie voor kwaliteitsvolle zorg!?
Stefaan Baert
, psycholoog, stafmedewerker, VVGG, Gent

Achtergrond
Ondanks toenemende interesse in de toepassingsmogelijkheden van patiëntenfeedbacksystemen, maken ze nauwelijks deel uit van de dagelijkse praktijk.
Doel
Het ontwikkelen en valideren van een multi-dimensionele Tool voor UitkomstenMetingen (TUM).
Methode
De TUM bevat veertien visueel-analoge schalen, onderverdeeld in vier gebieden: klachten, interpersoonlijke relaties, tevredenheid over de behandeling, en therapeutische relatie. Tweehonderd patiënten vulden de TUM online in, samen met vier bijkomende vragenlijsten: Outcome Questionnaire (OQ-45), Quality of life questionnaire (WHOQOL-brief), de ggz-thermometer en de werk alliantie vragenlijst (WAV-12). De constructvaliditeit van de TUM werd onderzocht met behulp van Confirmatieve Factor Analyse (CFA) en Pearsoncorrelaties met bovengenoemde schalen. De interne consistentie werd uitgedrukt in termen van Cronbach’s alphas.
Resultaten
CFA bevestigt de vierfactorenstructuur van de TUM, hoewel drie items werden weggelaten wegens een te lage factorlading. De klachtenschaal was sterk geassocieerd met symptomen (OQ-45, .65), fysieke (WHOQOL, .68) en psychische klachten (WHOQOL, .59). De interpersoonlijke schaal was sterk geassocieerd met dagelijkse activiteiten (WHOQOL, .51) en sociale relaties (WHOQOL, .51). De therapeutische relatieschaal was matig geassocieerd met taakgerichtheid (WAI, .41), doelgerichtheid (WAI, .47) en therapeutische band (WAI. 39). Tot slot, zowel de tevredenheids- en therapeutische relatieschaal waren sterk geassocieerd met de tevredenheid over de behandeling (respectievelijk .88 en .82). De interne consistentie was hoog voor alle factoren (Cronbach’s alfa’s = .88-.95).
Conclusies
Dit preliminair onderzoek toont aan dat de TUM een psychometrisch goed onderbouwd instrument is.
Leerdoelen

De deelnemers kunnen

  • Verschillende toepassingsmogelijkheden van patiëntenfeedback beschrijven
  • Grafische voorstellingen van patiëntenfeedback interpreteren.
Methode
In een eerste deel worden twee toepassingsmogelijkheden van meetinstrumenten voorgesteld (modeltraject met Outcome Questionnaire en sneltraject met TUM). In een tweede deel volgt een demonstratie van het sneltraject. In een laatste deel worden de deelnemers zelf aan het werk gezet en leren ze door middel van van gevalstudies hoe ze patiëntenfeedback kunnen interpreteren.
Referentie (beschikbaar op www.vvgg.be )
Baert, S. (2011). Psychometric characteristics of outcome and feedbackmanagement systems: preliminary findings based on the multi-dimensional, web-based Tool for Outcome Measurement (TOM). Abstractbook Annual Meeting of the Belgian Association for Psychological Sciences, Ghent University, 27/05/2011, 86
Max. aantal deelnemers: 30

woensdag 19 september 2012, 11u15 - 12u45
W23   Vuurwerk op de werkvloer... en nu?
Birgit Albrechts
, gz-psycholoog en systeemtherapeut, clustermanager / geassocieerd trainer, Mondriaan, Heerlen / Interactie-Academie, Antwerpen

Doorheen het samenwerken op de werkvloer kunnen verschillen in stijl, aanpak, tempo, karakter… reden zijn tot ernstige spanningen en ruzie. Conflicten trekken ieder mee in hun zuigkracht en geven vaak aanleiding tot argwaan, zelftwijfel, pesterijen, roddels. Productiviteit en werkplezier ebben weg en de onderlinge dialoog valt stil. In organisaties is de diversiteit tussen mensen echter onvermijdelijk. Hoe vind je een weg uit dergelijke werkconflicten gegeven alle verschil? Wat kan je als leidinggevende doen? Wat werkt ontmijnend? Wat deblokkeert of steunt?
Leerdoelen
  • Herkennen van conflictbronnen en conflicteffecten
  • Stilstaan bij het verschil tussen conflictoplossing en conflicthantering en bieden handvatten voor beide insteken vanuit een systeemtheoretisch kader.
Methode
  • Kort aanbieden van theoretische inzichten
  • Herkenningsoefening
  • Toepassingsoefening.
Max. aantal deelnemers: 40

woensdag 19 september 2012, 11u15 - 12u45
W24  Het uitzicht van verandering
Marleen De Fraeye
, licentiaat klinische psychologie, zelfstandig psychotherapeut, coach en trainer/opleider, docent Hogeschool, De Fraeye Consult / Interactie Academie / KHLIM 

Heb jij ook cliënten of patiënten die lang blijven komen en je het gevoel geven dat het niet vooruit gaat? Ze blijven ‘hangen’ of komen telkens terug met weer nieuwe problemen. Hoe kom je los uit zich herhalende patronen met meer van hetzelfde tot gevolg?
In deze werkwinkel presenteren we een aantal methodieken die zowel de cliënten als de hulpverlener uit hun vanzelfsprekende doen en denken halen. We proberen een aantal andersoortige vragen uit om een inspirerende nieuwe werkrelatie te creëren, verandering te initiëren en samen met cliënten andere dingen te zien en te doen.
Leerdoelen
  • Werken op het besef dat 'verandering' een kwestie is van perspectief en dat we als hulpverlener/therapeut vaak op onze condities verandering induceren
  • Verandering verschijnt maar als verandering als deze ook communiatief wordt opgemerkt
  • Belang van waarderende en verrijkende tussenkomsten om veranderingsgericht te werken.
Methode (Twee denk- en ervaringsoefeningen in duo's)
  • Verkennen en stil staan bij de gewenste verandering vanuit het perspectief van de ander/cliënt én diens systeem, en ervaren wat dat met je doet als hulpverlener/therapeut en als cliënt/overkant
  • Durven vragen naar verbetering, kleine verandering of uitzondering en deze exhaustief en gedetailleerd uitvragen, hierbij speurend naar competenties en resources.
Max. aantal deelnemers: 30

woensdag 19 september 2012, 11u15 - 12u45
W25   “Ze zeggen dat ik stemmen hoor”: over het bevorderen van meerstemmigheid
Birgit Bongaerts
, licentiaat psychologie, psychotherapeut, trainer, Interactie-Academie, Antwerpen

In de psychiatrische zorg kunnen we niet anders dan zeer veel gesprekken voeren, met patiënten en over hen. Ze vormen het dagelijkse werk in de hulpverlening.
We confronteren elkaar met verschil in opvattingen over ziekte en problemen, over wat kan helpen, over manieren van zijn… Meestal werkt dit constructief en steunend voor alle deelnemers. Soms lopen we er echter in vast, lijkt het of we niet meer (breed) kunnen denken en verhoogt de druk: iets of iemand zal moeten veranderen en zich aanpassen. Het hulpverlenende proces verstart. We geraken verstrikt in negatieve pathologiebevorderende spiralen.
Op zo’n momenten is het goed inspiratie te halen bij de samenwerkingsgerichte benaderingen van Seikkula (open dialoog), Anderson (collaboratieve therapie) en Andersen (reflecting team). Zij bieden ideeën en methodieken om - het meerstemmig spreken en luisteren te bevorderen, - verschillen in mening, visie, positie, identiteit … te kunnen toelaten als motor tot welzijn en verandering,  het hulpverlenend proces terug op een constructief spoor zetten door samen te spreken en zoeken … naar datgene waar ieder verder mee kan.
Leerdoelen
Verschil bekijken als constructief en bijdragend aan een hulpverlening gericht op participatie en gelijkwaardigheid. Inspiratie krijgen om met het meerstemmigheid in de eigen praktijken aan de slag te gaan. Toetsen aan eigen leef- en werkervaring.
Methode
Vanuit de inspiraties, en voorbeelden die ik geef wil ik de groepsleden uitnodigen tot reflectie en dialoog in grote en kleine groep over verschillen en hoe ze te laten bestaan.
Max. aantal deelnemers: 20

woensdag 19 september 2012, 13u45 - 15u15
W26   Risico-inschatting en bespreekbaar stellen van suïcidaal gedrag
Joke Vandenhoute
, maatschappelijk werker, suïcidepreventiewerker cgg, CGG PassAnt, Halle
Sabrina Marx, klinisch psycholoog, suïcidepreventiewerker cgg, Litp, Limburg

Elke dag stappen gemiddeld zeven mensen uit het leven. De confrontatie met cliënten die een einde willen maken aan hun leven is vaak een emotioneel moeilijk gegeven. Omgaan met het thema is geen evidentie, het vraagt de nodige kennis, vaardigheden en “kalmte” om met deze problematiek om te gaan.
In de werkwinkel gaan we met u aan de slag rond de inschatting van de suïcidaliteit alsook het bespreekbaar stellen van het risico en de suïcidaliteit. Na een korte theoretische uitdieping gaan we interactief aan de slag met deze thematiek. Je eigen durf om met deze thematiek aan de slag te gaan is een vereiste. Wij trachten als vormgevers de juiste veiligheid te installeren zodat u al doende kan leren van uzelf, het thema en uw mededeelnemers.
Leerdoelen
  • Handvatten krijgen voor het inschatten van het risico op suïcide.
  • Aan de slag gaan met het bespreekbaar stellen van zelfdoding.
Methode
Interactief leren, groepsbespreking, discussie.
Max. aantal deelnemers: 20

woensdag 19 september 2012, 13u45 - 15u15
W27   Participatie, empowerment en herstel op het pvt: van zorgen voor naar op weg met de bewoners naar herstel, een leerrijke geschiedenis
Hildegard Janssens
psycholoog, zorginhoudelijk coördinator, PVT De Landhuizen, Zoersel

Het psychiatrisch verzorgingstehuis (pvt), een naam die schreeuwt naar vernieuwing, is een woonplek voor mensen voor wie wonen in de maatschappij, met de bestaande ondersteuning, nog niet haalbaar is. De leeftijd van de nieuwe bewoners in het pvt neemt stelselmatig af. Onder de titel ‘De ontmaskering’ had Detlev Petry het al over het niet opgeven van mensen die men als uitbehandeld beschouwt. Hoe jonger deze beslissing valt, hoe prangender dit wordt. Dit geldt echter evenzeer voor de oudere bewoner. Herstel, het terug kunnen vinden van een leven dat als zinvol wordt ervaren, moet het doel zijn van elke woonomgeving die beweert te willen helpen.
Op het pvt De Landhuizen werken we sinds twee jaar vanuit het Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen (Wilken en Den Hollander). We hechten daarbij veel belang aan het implementeren van inspraakorganen op de verschillende niveaus.
Deze werkwinkel wil de opgedane ervaring rond dit zoeken naar het creëren van een herstelgerichte woonomgeving delen. Samen met bewoners, aanwezig op het moment zelf en/of via interview in filmfragmenten, willen we dit verhaal brengen.
Er kan uitwisseling ontstaan met de deelnemers, op basis van vragen, bedenkingen, uitwisseling van eigen ervaringen, …
Leerdoelen
  • Zicht krijgen op een herstelondersteunende werking van het pvt
  • Ideeën opdoen rond het implementeren van inspraakorganen
  • Kennis opdoen uit de weg die we zijn gegaan in het samenwerken met ervaringsdeskundigen uit GGz Eindhoven
  • Het spanningsveld voelen tussen theorie en praktijk
  • Het spanningsveld voelen tussen wat wordt ervaren door bewoners en wat wordt bedoeld door hulpverleners.
Methode
  • De informatie wordt gebracht door bewoners en hulpverleners, het thema wordt zo doorheen de werkvorm meegenomen
  • In het eerste deel worden verhalen over het thema gebracht door bewoners en hulpverleners, nadien wordt dit basis van gesprek
  • De precieze methode zal verder vorm krijgen in het te lopen proces met de bewoners gedurende 2012.
Max. aantal deelnemers: 20

woensdag 19 september 2012, 13u45 - 15u15
W28   Mindfulness bij (jong)volwassenen met autisme
Annelies Spek,
 klinisch psycholoog, senior onderzoeker, Centrum autisme volwassenen, GGZ Eindhoven
Nadia van Hampsycholoog, Centrum autisme volwassenen,GGZ Eindhoven

Bij ongeveer 50 % van de volwassenen met autisme komen co-morbide angst-, en stemmingsstoornissen voor. Onderliggend lijkt er sprake te zijn van een sterke neiging tot rumineren (herhaaldelijk en dwangmatig nadenken).
Recent heeft onderzoek aangetoond dat mindfulness-based stress reduction (MBSR) bij volwassenen met autisme resulteert in een vermindering van angstklachten en depressieve klachten, waarbij een afname van rumineren een mediërende factor lijkt te zijn (Spek, 2010). Bij MBSR worden verschillende meditatietechnieken aangeleerd, waarbij weinig tot geen beroep gedaan wordt op communicatie en waarbij gedachten en gevoelens niet uitgebreid worden geanalyseerd. Dit is passend bij de informatieverwerking van mensen met autisme, waarbij beperkingen in de communicatie en theory of mind een grote rol spelen. Volwassenen met autisme leren, door de toepassing van MBSR, zelf hun stressniveau reguleren, waardoor zij minder afhankelijk geraken van hulpverleningsinstellingen.
Tijdens de werkwinkel wordt uitgelegd hoe de bestaande mindfulnesstraining is aangepast om deze geschikt te maken voor volwassenen met autisme. Ook wordt ingegaan op de ervaringen van de participanten en de effectiviteit van de training. Dit laatste aan de hand van de gegevens van de eerste randomized controlled trial die bij GGZ Eindhoven heeft plaats gevonden. Een en ander wordt nader toegelicht aan de hand van filmpjes en praktijkvoorbeelden.
Leerdoelen
  • Kennistoename omtrent mindfulness bij (jong)volwassenen met autisme
  • Het leren herkennen wanneer mindfulness van toegevoegde waarde kan zijn bij mensen met autisme
  • Het verkrijgen van een beeld van hoe mindfulness wordt toegepast bij (jong)volwassenen met autisme
  • Vaardigheden ontwikkelen omtrent het nabespreken van een mindfulness oefening.
Methode
  • Kennisoverdracht
  • Filmpjes bekijken en nabespreken
  • Het ondergaan van een mindfulness oefening
  • Rollenspel m.b.t. het nabespreken van een mindfulness oefening met iemand met autisme.
Referentie
Spek, A. (2010). Mindfulness bij volwassenen met autisme. Amsterdam, Hogrefe
Max. aantal deelnemers: 50

woensdag 19 september 2012, 13u45 - 15u15
W29   De kracht van humor in de hulpverlening
Johan De Keyser
trainer, coach, public speaker, coach klinische leiderschapsontwikkeling, Essento bvba, Schoten

Humor is een onderschatte vorm van communiceren. Er wordt ook veel beweerd over humor. Dat het gezond zou zijn, stress vermindert, je langer doet leven, teamcohesie zou bevorderen, … Maar kloppen al die beweringen wel? Wat als er nu eens verschillende categorieën van humor zouden bestaan? Dat er bijvoorbeeld ook humor bestaat die met macht te maken heeft. En misschien vraag je je ook af of humor te leren valt. En of het wel een plaats heeft binnen de geestelijke gezondheidszorg.
Humor is in elk geval brandend actueel. In 2012 organiseerde de UA zelfs acht avonden met humor als thema voor het studium generale.
In deze werkwinkel wordt dieper ingegaan op het domein van de humor. We belichten voor- en nadelen. Bekijken de bruikbaarheid binnen de geestelijke gezondheidszorg en proberen zelfs om onze HQ - humorquotiënt - een aantal procenten te doen stijgen.
Leerdoelen
Theoretische achtergrond over het thema humor verwerven en een aantal oefeningen doen om de kracht en de leerbaarheid van humor te ondervinden.
Methode
33,3 % theorie, 33,3 % praktijk en glimlachtijd, 33,4 % haalbaar- en toepasbaarheid in de dagelijkse praktijk.
Max. aantal deelnemers: 45

woensdag 19 september 2012, 13u45 - 15u15
W30   Van symbiose naar autonomie
Veerle Smits
danstherapeut, Psychotherapeutisch Centrum Elim, Kapellen

In de danstherapie "primitieve expressie" is de relatie deelnemer/therapeut steeds opnieuw in verandering in de loop van de therapeutische sessie: de danser mag bij aanvang samenvallen met de groep en de therapeut, die de dubbele vorm van vader en moeder op zich neemt. Gedurende de volledig nonverbale sessie wordt d.m.v. de veranderende dansvormen progressief afstand en zelfstandigheid gecreëerd.
Tegen het einde van de sessie heeft de deelnemer een zekere autonomie verworven. Deze therapievorm is enkele decenia geleden ontworpen, en werd vooral gebruikt bij kinderen, personen met een mentale en fysieke handicap en psychiatrische patiënten.
In Elim wordt sinds enkele jaren deze methode gebruikt voor personen met een neurotische problematiek. Hierbij dringt de aanpassing van de methode zich op: er wordt nu ruimte gemaakt voor het verwoorden van de ervaringen van de deelnemers en zij krijgen geregeld de kans om zelf de plaats van de therapeut in te nemen t.o.v. de groep.
Leerdoelen
  • Duiden van de werking van de verschillende dansvormen door zelfobserverend de ervaring aan te gaan
  • Kort de plaats van de therapeut innemen en deze ervaring mentaliseren
  • Na de volledig nonverbale sessie deze ervaring verbaliseren.
Methode
De primitieve expressie.
Max. aantal deelnemers: 24