18 en 19 september 2012
Antwerpen, Wilrijk - Campus Drie Eiken
Macht en kracht: zorgrelaties in verandering

keynote sprekers

Dinsdag 18 september 2012, 10u00 - 11u00
Keynotelezing 1:

Recovery: Is it "old wine in new bottles" Or does it involve a real change?

Marianne Farkas, professor, Center for Psychosocial Rehabilitation, Boston University, USA


Recovery from serious mental illnesses is a concept that, while in evidence in the research literature and first person accounts for over 40 years, has only now emerged as a concept to be applied to services.
The service field has seemed to experience confusion about the meaning of recovery as it applies to service delivery with some believing it to be no different from what has come before. This presentation will clarify the meaning of recovery and discuss the kinds of changes it implies for service design and delivery.
(*) Deze lezing verloopt in het Engels.
 

Dinsdag 18 september 2012, 11u45 - 12u45
Uitgenodigde lezing 1:  

Herstelwerk van psychiatrische patiënten: wat helpt en wat hindert?
Wilma Boevink
, wetenschappelijk medewerker Trimbos-instituut (Utrecht) en als ervaringsdeskundige oprichter van het HEE-team (Herstel, Empowerment en Ervaringsdeskundigheid), www.hee-team.nl / lector Herstel aan de HanzeHogeschool in Groningen.

De overtuiging dat ernstige psychische aandoeningen zoals ‘schizofrenie’ altijd gekenmerkt worden door achteruitgang en chroniciteit is inmiddels ruimschoots achterhaald. Herstel is mogelijk voor mensen met een psychiatrische diagnose. Ook groeien de inzichten in hoe deze mensen dat doen en wat hen daarbij helpt. Helpt de ggz bij het herstelwerk van mensen die ernstig psychisch lijden? Of vindt herstel juist buiten of zelfs ondanks professionele zorgrelaties plaats. Wilma Boevink illustreert met eigen ervaringen als psychiatrisch patiënt wat helpt en wat hindert in de psychiatrie vanuit het herstelperspectief. Tevens maakt ze gebruik van haar werk als ervaringsdeskundige en grondlegger van het HEE-team en put ze uit haar kennis als wetenschappelijk medewerker bij het Trimbos-instituut.
Centrale vraag is: wat doen psychiatrische patiënten om zichzelf te helpen en hoe kan de ggz daaraan bijdragen en in welke opzichten lukt dat nog niet?

Dinsdag 18 september 2012, 14u15 - 15u15
Uitgenodigde lezing 2:  
Geestelijke gezondheidszorg en stigmatisering
Piet Bracke
, professor, vakgroep sociologie, UGent


Het wetenschappelijke onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van stigmatisering en discriminatie van personen die hulp zoeken voor psychische problemen was van bij de aanvang sterk beïnvloed door het symbolisch interactionisme (Goffman, 1963; Scheff, 1966), een sociologisch perspectief dat het handelen van mensen ziet in functie van de betekenis die ze geven aan hun gedrag en aan dit van anderen. In lijn daarmee werd gesteld dat de stigmatiserende reactie van anderen op het gedrag van personen met psychische problemen meer lijden veroorzaakte dan de psychische problemen zelf. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw gaf deze benadering aanleiding tot een fundamentele kritiek op de samenleving en de geïnstitutionaliseerde geestelijke gezondheidszorg én tot een tegenreactie die de impact van stigmatisering bagatelliseerde. Deze bittere discussie verloor haar elan in de jaren tachtig en maakte plaats voor een meer genuanceerde aanpak.
We behandelen het stigma-onderzoek van de tweede generatie en leggen een aantal klemtonen. Eerst vertrekken we van een macrosociologisch perspectief en vergelijken we de houding van de Belgische bevolking met deze van andere landen binnen en buiten Europa. Welke internationale verschillen zijn er in de oordelen over mensen met psychische problemen en zijn deze meningen verbonden met eigen opvattingen over wat psychisch ziek zijn is? Vervolgens gaan we dieper in op de relatie tussen de stereotiepe houding van de algemene bevolking en hun bereidheid om hulp te zoeken voor psychische problemen. Is men eerder bereid om een psycholoog aan te spreken dan een psychiater? Welke rol kan de huisarts spelen? Vervolgens staan we stil bij de persoonlijke gevolgen van stigmatisering voor de hulpzoekenden, maar eveneens voor de hulpverleners. Worden hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg ‘besmet’ door hun contact met personen met psychische problemen? Tenslotte vragen we ons af of anti-stigmacampagnes anders moeten gevoerd worden en wat de implicaties kunnen zijn van recente hervormingen in de ggz voor het houding van de samenleving tegenover personen die hulp zoeken voor psychische problemen. 

Dinsdag 18 september 2012, 16u15 - 17u15
Uitgenodigde lezing 3:  
Dwang in de geestelijke gezondheidszorg: een noodzakelijk kwaad?
Joris Vandenberghe
psychiater, professor, docent UPC-KULeuven, campus Gasthuisberg, Leuven / CGG Vlaams-Brabant Oost 


Onder dwang verstaan we een patiënt tegen zijn wil iets laten ondergaan of iets (niet) laten doen. Dit impliceert gebruik van macht – al dan niet toegekend door wetgever, rechter of procureur – door de hulpverlener en inperking van de vrijheid en zelfbeschikking van de patiënt. Dwang onderscheidt zich van vrijheidsinperking door voorafgaande ‘contractuele’ afspraken (bv. afdelingsregels) en van drang en beïnvloeding, al is er een grijze zone. Binnen de grenzen van ons juridische kader onderzoeken we vanuit klinisch en zorgethisch perspectief hoe dwang en drang zich van elkaar onderscheiden en wanneer dwang gerechtvaardigd kan zijn. Daarbij worden niet alleen gevaar en wils- of beslissingsonbekwaamheid in rekening gebracht, maar ook proportionaliteit, behandelbaarheid, effectiviteit op korte en lange termijn en mogelijke negatieve gevolgen van dwang (psychische en fysieke integriteit, weerslag op huidige en toekomstige zorg(relaties) en publiek imago van patiënten en ggz in het algemeen).
We maken een onderscheid tussen restrictieve dwang (de patiënt iets ontzeggen, verbieden of niet laten doen, bv. de afdeling verlaten) en interventionele dwang (de patiënt iets laten doen of iets laten ondergaan, bv. dwangbehandeling). Omdat elke interventie het risico op nevenwerkingen en verwikkelingen inhoudt ligt de lat voor interventionele dwang hoger. We stellen een aantal criteria voor waaraan restrictieve respectievelijk interventionele dwang moeten voldoen vanuit zorgethisch en emancipatorisch perspectief. Tot slot onderzoeken we of drang het gebruik van dwang kan verminderen en wat de risico’s zijn van de subtielere en minder over de machtsuitoefening die met drang gepaard kan gaan..


Woensdag 19 september 2012, 09u30 - 10u30
Uitgenodigde lezing 4:  
Patiënten over veranderende zorgrelaties 
Journaliste Ria Goris in gesprek met Rebecca Müller en Jan Delvaux

De evoluties in de geestelijke gezondheidszorg zijn een weerspiegeling van deze in de samenleving. Wat minder respect voor autoriteit en wat meer belang aan de patiënt / cliënt / gebruiker / …. (schrappen wat niet past). Er leeft een algemeen gevoel dat dit een goede ontwikkeling is, die de kwaliteit van de zorg ten goede komt, nl. hulpverleners die hun handelen verantwoorden vanuit de te verwachten positieve effecten en niet vanuit hun positie. Toch verloopt deze ontwikkeling niet altijd even vlot.
Graag vernemen we hoe patiënten deze ontwikkelingen ervaren. Zijn de zorgrelaties veranderd, en zo ja, in een voor hen goede richting?
 

Woensdag 19 september 2012, 11u30 - 12u30
Uitgenodigde lezing 5:  
Mantelzorg, een natuurlijke krachtbron
Inleider: Mieke Craeymeersch, directeur, Federatie Similes, Heverlee
Leen Jacobs en Monique Lowyck, mantelzorgers van personen met een psychische problematiek

In gezinnen schuilt een sterke en natuurlijke kracht om gezinsleden in nood bij te staan en met zorg te omringen. Deze krachtbron - ook wel mantelzorg genoemd - maakt vaak mede het verschil tussen opname of thuiszorg voor de persoon die kampt met gezondheidsproblemen. Gezinsleden van mensen met een geestelijke gezondheidsnood ervaren diezelfde natuurlijke kracht om het gezinslid nabij te zijn en te steunen.
Deze mantelzorgers lopen tegen nogal wat hindernissen aan waardoor de doeltreffendheid en efficiëntie van de spontaan aangeboden mantelzorg daalt. Het hindernissenparcours is onder meer te wijten aan de aard van de psychische problematiek, aan een gebrek aan informatie en inzichten bij de mantelzorgers zelf, aan een tekort aan kennis en know-how bij hulpverleners. De sterk residentieel-georiënteerde zorg in ons land, maar ook het ambulante circuit laten deze krachtbronnen meestal links liggen en zijn daardoor ook blind voor de eigen zorgnoden van deze grote groep mensen.
Verandering en hoop gaan hand in hand. Gezinnen hopen dat door de hervormingen binnen de geestelijke gezondheidszorg ze nu wel de steun zullen krijgen die ze nodig hebben bij het opnemen van de mantelzorg. Hoop dat er oog is voor het herstelproces bij gezinsleden bij wie de psychische problemen van het gezinslid de nodige emotionele littekens met zich hebben gebracht.
Ervaringsdeskundige mantelzorgers laten je proeven van die natuurlijke kracht, brengen hindernissen in kaart en nodigen je uit inzicht te verwerven in hun eigen noden.

Woensdag 19 september 2012, 14u00 - 15u00
Uitgenodigde lezing 6:  
Geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijn. Thuisverpleegkundigen nemen mee verantwoordelijkheid in de uitbouw van zorgcircuits en netwerken
Luc Van Gorp,
voorzitter Wit-Gele Kruis Vlaanderen


Artikel 107 betekent nu al een mijlpaal voor de ontwikkeling van de geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijn. Vlaanderen evolueert van een sterk intramurale naar een extramurale psychiatrische zorgverlening op maat van de patiënt in zijn thuissituatie. Dit zal ondermeer gevolgen hebben voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz), de klassieke thuisverpleging en alle belendende sectoren in de thuiszorg.
Artikel 107 mag gezien worden als een experimentele opstap naar zorgcircuits en netwerken voor psychiatrische patiënten. Het is de bedoeling dat over voorzieningen heen samenhangende zorgprogramma’s voor doelgroepen worden uitgewerkt binnen een omschreven werkingsgebied in België. Bestaande ziekenhuisbedden worden afgebouwd om in de plaats daarvan o.a. crisisinterventieteams op te richten. Men vertrekt vanuit de natuurlijke woon- en leefcontext van de patiënt die beter moet worden uitgebouwd. De overheid ijvert ervoor dat mensen in hun thuisomgeving kunnen blijven en hun sociale contacten kunnen behouden. De uitbouw van een laagdrempelige en gespecialiseerde eerstelijnshulp zal ervoor moeten zorgen dat de geestelijke gezondheidszorg toegankelijker wordt.
Aandacht wordt gegeven aan de ontwikkeling van gemeenschapsgerichte zorg, de systematische afbouw van het residentiële ggz-aanbod en de focus op vroegdetectie van psychische problemen.
De specifieke rol van de thuisverpleegkundige wordt geëxpliciteerd binnen dit wijzigend zorglandschap waarbij ze een cruciale rol spelen. We expliciteren die onvervangbare rol van de verantwoordelijk (psychiatrisch) verpleegkundige in de thuiszorg. Aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden wordt deze rol verder toegelicht en geïllustreerd.


Woensdag 19 september 2012, 16u00 - 17u00
Keynotelezing 2: 
Health reforms in Europe: drivers and effects on the quality of care
Stefan Priebe,
professor Social and Community Psychiatry - Queen Mary University of London

Since the 1970s, major reforms in various European countries have changed the organisation of mental health care. Former asylums were abolished or downsized, and a range of community based services have been established. At the same time funding for mental health care increased, and the provision of psychological treatments expanded substantially.
The presentation will describe the historical trends in Europe, including the more recently suggested phenomenon of re-institutionalisation. Political and societal drivers behind the reforms and the current changes will be considered.
Whilst the organisation of care has changed, the question arises as to whether and, if so, in what way these organisational changes affected the type and quality of care that patients receive from their clinicians. With a focus on treatments for patients with severe mental illnesses, different aspects of ongoing institutionalisation and factors influencing the quality of care will be discussed.
(*) Deze lezing verloopt in het Engels.